Goede Gerard

Goede Gerard

Het meervoud van blad is of bladen of bladeren. Ik wil het over dat laatste meervoud hebben. In mijn onbezonnen jeugdigheid heb ik een jaartje geleden gezegd, dat ik wel bij het groepje enthousiasten wil horen die eens in de zoveel tijd wat willen doen aan het aanzien van ons park. Nu ben ik ook weer niet zo jeugdig, dat ik me zonder schroom aan die toezegging onttrek, dus ben ik af en toe aan de beurt.

 

Enige tijd geleden werd ik opgeroepen, heb ik datum en uur in de (nog papieren) agenda gezet en ben ik het op het moment zelf glansrijk vergeten. Dan zie je de gevolgen van de werkelijke leeftijd.

Dus toen Albert Woltman mij deze keer aansprak op het ruimen van blad langs de banen heb ik me echt uitgesloofd om het niet te vergeten en mijn beloofde bijdrage ook daadwerkelijk te leveren. Je hebt immers zo een slechte naam.

Bladhark onder de snelbinder en naar het park. Nou ja, bladhark onder de snelbinder is niet zo moeilijk te realiseren, opstappen en afstappen daarna zeker wel. Daar heb je die werkelijke leeftijd weer.

Het was gezellig druk op het park: oude mannen-tennis op donderdagmorgen. Gehijg, gepiep en af en toe: “mooie bal”. Maar altijd de welluidende stem van Dick Crouse met de actuele stand in zijn partij. Duidelijkheid is altijd goed in situaties waarin sprake is van concurrentie.

Alhoewel ik keurig op tijd was, zag ik de rest van de ploeg al druk aan het werk. Misschien toch wat verlaat door het op- en afstapprobleem. Dus haastte ik me naar de ploegbaas-van-de-dag om me te laten inschakelen bij de werkzaamheden. Ik kreeg een sector toegewezen, waar ik een ‘paar bulten’ blad moest verzamelen. Beschroomd vroeg ik nog of ook het blad op de taluds weg gehaald moest worden of alleen dat op het pad langs de baan. Gelukkig was de ploegbaas-van-de-dag van mening dat alleen de paden goed geruimd moesten worden.

Ik weet, dat ook jij je weleens laat inschakelen voor opruimwerkzaamheden in de natuur, dus snap je de bedoeling als ik zeg dat bladruimen dankbaar werk is. Je veegt je het schompus, maar er komt een redelijk schone stoep onderuit. Ik was in elk geval lekker bezig met m’n bulten.

Bovendien is er bij dat werk ook de nodige verstrooiing te vinden in de vorm van die hijgende, piepende en stand bijhoudende mannen. Toverballen te over en geen gezeur over in of uit, gewoon twee ballen over doen. Het is wel even schrikken als je daar veel deelnemers rond ziet hijgen en piepen, die ongeveer van dezelfde leeftijd moeten zijn als jij zelf. Ik zou daar dus bij kunnen hijgen en piepen en de stand bijhouden. Weer die werkelijke leeftijd.

Dus duik je maar weer onder in je dankbare werk en maak je een nieuwe bult; blad genoeg, zeker als je stiekem toch een stukje van het talud meeneemt. De ploegbaas-van-de-dag kijkt toch niet, want is veel te hard met z’n eigen bulten bezig.

Je weet eigenlijk dat het gaat gebeuren, maar je schrikt toch als de ontgoocheling rond je dankbare werk toeslaat. Eén van de tennissers hijgt en piept even uit tegen het hek waar jij je bult maakt. Meewarig kijkt hij je aan en zegt: ’Weet je wat nou zo ondankbaar is aan jouw werk? Volgend jaar ligt al dat blad er weer.”

Daar gaat dan je dankbare werk, waaraan je met grote opofferingsgezindheid begonnen bent. Daar gaat het vooruitzicht op een mooi opgeruimd park, waar geen blad verkeerd ligt. Plotseling zijn je bulten nutteloos, zelfs aanmatigend.

En wat nog het hardste aankomt, is het feit dat de hijger/pieper (de stand hield hij niet bij) helemaal geen gelijk heeft met z’n opmerking dat volgend jaar er weer blad op de paden ligt. Het ligt er volgende week al weer.

 

Groet

kees

Hoi Kees, dag Gerard Overzicht