Bultjes

Hoi Kees,

Je brief dwingt me snel te reageren. Jouw blad- en bultbelevenissen langs de HTC-tennisbanen doen mij bijna vanzelfsprekend denken aan een gezegde als ‘geen blad voor de mond nemen’. Flauw, flauw natuurlijk, maar ik wil mij niet beter voordoen dan ik ben.

En zoals jij geregeld terugvalt op naslagwerken als de Dikke van Dale, zo pakte ook ik deel 1 van dit standaardwerk weer eens uit de boekenkast. En stuitte daarbij op de uitleg van ‘de bladeren vallen van de bomen’: het wordt herfst. Dat roept bij mij direct associaties op, zoals ‘de herfst van m’n leven’. Een lied, dat Willeke Alberti - jou welbekend, wellicht zelfs welbeluisterd - vaak gloedvol vertolkt tijdens optredens voor ouderen. Sorry, maar dan brengt me welhaast automatisch weer bij jou.

De tweede uitleg, die Van Dale geeft bij ‘de bladeren vallen van de bomen‘ kende ik niet, maar die zet mij wel aan het denken. Die uitleg luidt: ‘wordt ook voor iemand gebruikt, die niet meer goed bij zijn verstand is’. Oei, dat moet hard aankomen. Bij jou en bij al die vrijwilligers, die zich geregeld belangeloos uit de naad werken om het (tennis)leven van zichzelf en van anderen aangenamer te maken. Dit is zogezegd even balen met Van Dale (de Sinterklaastijd is nog niet over). Maar om Meneer van Dale tegengas te geven: zo gek zijn jullie nog niet.

Jij schrijft dat het bij jou niet het hardste aankwam, toen een HTC-seniortennisser jou ‘liefdevol’ toefluisterde, tussen zijn hijgen en piepen door, dat je bezig was aan redelijk onbegonnen werk. Immers: volgens die man liggen volgend jaar de paden rond de banen weer volop bezaaid met bladeren. De wetenschap, dat het spul er zelfs volgende week weer ligt, veroorzaakte bij jou een nog grotere tik. Laat ik daar eerst nog een schepje bovenop doen. Dezelfde avond - de ‘groengroep’ had bij wijze van spreken z’n kont nog niet gekeerd - lag inderdaad alles ROND de banen heel mooi te wezen. Maar OP de banen was het een troep van jewelste. (Dat is voor mij, als Natuurmonumentenvrijwilliger eigenlijk vloeken in de kerk. Want natuur, ook natuurafval, is gewoon fraai spul. Maar dit terzijde). En een stevig windje speelde er die donderdagavond ook nog eens zo heerlijk lekker mee. Dat mochten jij en ik als onmisbaar onderdeel van vier onverwoestbare ‘Raggende Manne(n)’ hoogstpersoonlijk ervaren.

Wie schetst mijn verbazing, dat die banen er de volgende dag, tijdens de zoveelste ronde van de HTC-clubkampioenschappen, werkelijk prachtig bij lagen. Als op een biljartlaken kon er die avond worden getennist. Sterker nog, konden degenen die daartoe anders niet in staat waren, nu de games met de nodige toverballen tot een succesvol slot brengen. Hulde aan... ja aan wie? Niet aan onze groundsman, die die week in het buitenland vertoefde. Nee, wel aan drie mannen van de kantine-/terreinbeheerscommissie: Jacob Gemmeke, Roelof Kassies (hij weer) en Geert Jan de Wit.

Kijk met verkrach... eh, met vereende krachten lukt het wonderwel de spullen in orde te hebben en te houden. Nog mooier zou zijn - en nu wil ik wel eventjes, zoals je van mijn beroepsgroep gewend bent, de dominee uithangen - als ook andere parkgebruikers, inclusief ondergetekende, ongevraagd hark, schep en kruiwagen ter hand zouden nemen wanneer de omstandigheden daarom vragen. Misschien een iets te idealistische gedachte? Of gewoon een wens mijnerzijds dan wel een goed voornemen voor iedereen in het nieuwe jaar?

Laten we het op het laatste houden. Mochten jij of andere clubgenoten overigens daarover met mij een conversatie willen houden, dan lijkt mij de kerstavond annex vroege nieuwjaarsbijeenkomst in het clubhuis op vrijdagavond 16 december een prima aangelegenheid daarvoor. Een zalig gespreksonderwerp onder een nog niet uitgevallen

kerstboom. Ik eIk geval zal ik mij dan verbaal met hand en tand verdedigen. Desnoods tot er bulten, nou ja bultjes, op mijn tong verschijnen.

Groeten,

Gerard.

Hoi Kees, dag Gerard Overzicht