Hoi Kees

Heidi &  Tineke

Voordat ik jou vraag hoe het daar in het Verre Noorden is, moet ik allereerst een belofte inlossen. In jouw vorige brief riep je mij op, nee verplichtte jij me min of meer, in mijn nieuwe woonplaats naar HTC-clubgenoten Tineke van der Linden en Heidi Oosten te zwaaien als ze op de derde dag van de Nijmeegse Vierdaagse door Groesbeek zouden wandelen. Ik stond daar niet alleen urenlang de verrichtingen van Heidi en Tineke en die 40.000 lopers gade te slaan, maar ik heb onze Havelter helden ook op de gevoelige plaat gezet, zoals dat in die overbekende clichétaal heet. En het bewijs daarvan zie jij en zien al die andere HTC-sitelezers en -kijkers op onderstaande foto

Heidi & TinekeHet bleef donderdag 20 juli niet bij zwaaien alleen. Heidi en Tineke namen tevens de tijd om een klein beetje bij te praten. Ik had hen namelijk daags vóór de eerste etappe al gesproken in hun tijdelijk onderkomen op bungalowpark De Zeven Heuvelen, aangrenzend aan het tennispark, waar ik nu mijn kunstjes vertoon. Daar in die vakantiewoning zorgde Tineke’s echtgenoot Jan (met hun hond) dat het die twee wandelaars vóór en na de wandeltochten aan niets zou ontbreken. Jan regelde dat bij aankomst de douche gebruiksklaar stond, alle boodschappen waren gedaan en dat ze zonder zelf te hoeven koken enigszins uitgerust aan tafel konden gaan. Om hen vervolgens zo rond half acht onder de wol te stoppen.

Ja Kees, je leest het goed: zó vroeg probeerden de vrouwen al de slaap te vatten. Immers, om drie uur de volgende morgen liep de wekker alweer af. Zodat zij na een stevig ontbijt zo rond de klok van vijf uur bij de bushalte bij de Oude Molen in Groesbeek de bus richting het startpunt in Nijmegen konden nemen. In meerdere opzichten een Spartaans uitje dus.

De meesten van ons kennen Nijmegen niet van het zelf wandelen maar van het vertier eromheen. Gedurende een week is de oudste stad van ons land the place to be als het om optredens van bands, harmonieën, koren, dj’s en andere artiesten gaat. Je kunt je vermaken op vele tientallen plekken, podia, terrassen, noem maar op. Een keuze uit honderden optredens. Min of meer een orgie van geluiden heet dat geloof ik, als je je in de binnenstad van Noviomagum bevindt. Maar het kan ook anders. Er is ruimte je in redelijk serene sfeer te verpozen. Zoals in de Stevenskerk, waar cultuuraanhangers zoals mijn dochter en ik gedurende driekwartier aandachtig luisterden naar een verhandeling van A.L. Snijders. Hij is de man van de Zeer Korte Verhalen. De man ook die het begrip ZKV heeft bedacht. Dat moet jou als taal- en boekenliefhebber ongetwijfeld goed doen, hoewel jij mijns inziens meer de man van het grote verhaal bent. Een tip, voor jou en medelezers: luister zondagsmorgens eens naar NPO Radio 4 (of programmeer dat op I-pad of ander digitaal spul). Je moet er wel een beetje bijtijds bij zijn, want op de Dag des Heren heeft  presentator Niels steevast reeds om kwart voor negen vanuit de studio telefonisch contact met A. L. Snijders. Voordat Snijders een ZKV de ether inslingert, vertelt hij altijd ook een zeer actuele wetenswaardigheid vanuit zijn woonstede in de Achterhoek.

Na dit door mij wellicht volslagen niet ter zake doende ingeslagen zijpad, keer ik terug naar Heidi en Tineke. Hoe herken je die twee tussen al die duizenden anderen? Nou, heel simpel. Zorg ervoor dat je van Heidi weet dat ze op die derde dag van de Vierdaagse in een duidelijk zichtbaar fel reflecterend groen shirt loopt, dat ze samen met Tineke (in grijs tenue) rond twaalf uur aan de rechterkant van de weg bij de Oude Molen langswandelt, dat jij dan daar een stukje hoger staat, zodat je elkaar op een afstand van twintig meter in beeld krijgt. Waarna je je camera tijdig kunt instellen teneinde die twee wandelaars te fotograferen.

Het was wel een probleem geweest als het op dat moment had geregend. Regenkleding en verzopen koppies zouden herkenning aanzienlijk hebben bemoeilijkt. Maar het was gelukkig droog en zonnig, zodat wachten op de lopers zeker geen bezoeking was. In het begin van die donderdag was dat wel even anders. De wandelaars (en enkele rolstoelers) werden tijdens de eerste kilometers van die derde zware loopdag een paar keer overvallen door stevige plensbuien.

Op ons ontmoetingspunt was dat allemaal niet het geval. Dat was maar goed ook, want ik wachtte Heidi en Tineke op, vlak voordat zij met nog zo’n tien kilometer te gaan op het punt stonden de vermaarde Groesbeekse Heuvelen te bedwingen. Met succes, net zoals ze de dag erop de laatste etappe met glorieuze ontvangst op de Via Gladiola zonder grote problemen aflegden. Zonder overigens bedolven te zijn onder de bloemen, want zo’n huldeblijk stellen ze niet echt op prijs. Goedbedoeld allemaal, maar die bossen bloemen meetorsen maakt het lopen een stuk zwaarder. En zwaarder dan in hun voorgaande vier edities was het dit jaar voor Heidi en Tineke. Immers, hun voorbereiding verliep niet vlekkeloos. Tineke verscheen aan de start met een pijnlijke knie, opgelopen tijdens het tennissen! Tennis, een uiterst gezonde bezigheid voor lijf en leden, heb ik wel eens van deze of gene gehoord (zal waarschijnlijk wel van gene zijn geweest). Nou, mooi niet dus. En Heidi tobde sinds een voorjaarswandelfestijn in Diever met een pijnlijke voet. ,,Hopelijk halen we de Via Gladiola’’, mailde Tineke mij een weekje vóór het begin van de Vierdaagse. Dat lukte dus, hoewel Heidi last had van blaren.

Zij meldden mij overigens tijdens hun korte stop enthousiast dat zij in het centrum van Groesbeek ook al hartelijk waren begroet door andere HTC-ers, onder meer Diny en Harm Koopman en Roelie Stevens. Harm had graag tot het legioen van de ruim 42.000 startende lopers behoord, maar hij was tot zijn verdriet een van de 3.000 mensen, die werden uitgeloot. Wie weet heeft hij volgend jaar meer geluk.

Even nog een terzijdetje. Ik wilde wel eens weten hoe het was om de beproevingen van Zevenheuvelenweg te ondergaan. Niet lopend richting Berg en Dal, maar fietsend in tegenovergestelde richting. Nou Kees, dat viel zeker niet mee, om een eufemisme te gebruiken. Het was een snikhete dag. Tussen het hijgen en puffen door had ik net nog even tijd te denken aan die befaamde strofe uit de Camera Obscura van Nicolaas Beets: Hoe Warm het was en hoe Ver. Maar, ik ben nog steeds niet zover een fiets met ondersteuning aan te schaffen. Toen ik in dat vlakke land van Drenthe woonde, verkondigde ik tegen eenieder die het maar wilde horen: ‘dat doe ik niet vóór mijn tachtigste’. Van dat standpunt wil ik voorlopig niet afstappen, hoewel je dat - als je minder positief van gedachten bent - als een zekere mate van zelfoverschatting kunt beschouwen. Ik wil me gewoon nog effe niet op hetzelfde niveau begeven van types als zestigers Berry Buitelaar en Albert Woltman, die al enkele jaren apetrots op een e-bike rondtoeren. En ik verlaag me ook niet door een damesfiets te berijden, waarbij je geen moeite hoeft te doen om je been over een stang of bagagedrager/zadel te slingeren. Of raak ik bij jou hiermee een gevoelige snaar?

Ik denk, dat ik er nu een end aan brei. De vraag in het begin van deze brief hoe het met je gaat, daar kom ik niet meer toe. Je beantwoordt die zelf maar, als het je uitkomt. Wellicht als je een keer teruggekeerd bent van een tocht(je) met je pasverworven camper. Ik maak me intussen rustig op voor een autorit naar het Franse land. Waar ik in een groot deel van augustus verblijf en op pad ga. En waar ik - op zoek naar ongetwijfeld veel fraais - menig voetstap zal achterlaten. De 160 kilometer, waar Heidi en Tineke nu voor de vijfde keer hun hand niet voor omdraaiden, zal ik zeker niet halen.

Groeten,

Gerard.

 

 

Nieuws overzicht