Hoi Kees

Hoi Kees,

Jij noemt mij in je vorige brief een betrouwbaar contact in het milieu/MILIEU. Ik weet bij jou soms niet of je iets serieus meent of de boel in de maling neemt. Ook nu niet. Maar ik wil over dit onderwerp wel het een en ander kwijt.

Eerst het een, wat zijdelings met tennis van doen heeft. Het milieu brengt mij via vrijwilligerswerk bij Natuurmonumenten komende week naar Terschelling. Daar mag ik belangstellende bezoekers van het jaarlijkse zomerfestival Oerol assisteren bij het kijken naar vogels en luisteren naar hun geluiden op het nabijgelegen eiland Griend. Een bijzonder eiland, want het wandelt in de Waddenzee en wordt alleen permanent bewoond door vogels. Via een uiterst fraai kunstwerk annex telescoopapparaat wanen de bezoekers zich even mede-Griender(aar). Daar is zogezegd voor mij overdag een nuttige taak weggelegd. Bovendien heb ik met dank aan mijn artiestenpolsbandje toegang tot alle festivalterreinen, zodat ik ‘s avonds ook cultureel volop aan mijn trekken kan komen. De connectie met tennis? Als ik niet op Terschelling had vertoefd, had ik mijn gezicht en skills ongetwijfeld laten zien op de tennisbanen in Havelte. Want tot kort vóór de uitverkiezing als Oerolnatuurmonumentenmedewerker (minstens 71 Scrabblepunten) was ik vast van plan aan het Havelte Open deel te nemen.

Dan het ander. Als ik het woord milieu hoor of zie moet ik steevast denken aan een anekdote uit het laatste kwart van de vorige eeuw. Ik associeer dat woord met Irene Vorrink. Zij was van 1973 tot 1977 minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne in het kabinet-Den Uyl. Een kabinet, waar generatiegenoten met weemoed dan wel afgrijzen aan terugdenken. Bij een werkbezoek aan Frankrijk stelde zij zich ooit voor als ‘Irene Vorrink, ministre de milieu’. Nou heet de minister van milieu daar Ministre de l’Environnement. Het MILIEU is de gebruikelijke benaming voor de onderwereld. Vorrink ontkende later dat zij zich op die wijze had voorgesteld. Want ‘daar was mijn kennis van het Frans veel te goed voor’, zo verdedigde zij zich. Nou weet jij ook wel vanuit jouw opvoeding dat het woord minister afkomstig uit het Latijn. Minister staat volgens onze beider vriend en bij wijle steun en toeverlaat Van Dale voor ‘dienaar, helper, handlanger’. En als handlanger van dat MILIEU wil je toch niet voor eeuwig de vaderlandse geschiedenis ingaan? Of de anekdote waar is, is dus de vraag. Maar het verhaal is te mooi om het niet nog een keer te vertellen, nietwaar?

Bovendien is hiermee soepel de link gelegd met meneer Holleeder, van wie jij je afvroeg of hij wel of niet een top-milieuactivist is. Vorrink (en Holleeder) verbind ik prompt aan Koos Zwart, zoon van die minister. Hij las toentertijd elke zaterdag bij het radioprogramma ‘In de Rooie Haan’ de Nederlandse beurskoersen van de meest populaire cannabisproducten voor. Weer zoiets, waar generatiegenoten met weemoed dan wel afgrijzen aan terugdenken.

Ja Kees, dat waren nog eens tijden! (opa vertelt...). Heel anders dan de periode in deze eenentwintigste eeuw, waarin wij gezamenlijk tijdens zoveel games naast of meestal schuinachter elkaar op de baan stonden. Om vervolgens geregeld (on)eervol ten onder te gaan. Dat zal in de toekomst verleden tijd zijn, omdat jouw onderdanen niet meer zo goed luisteren naar de toch wel vriendelijk klinkende commando’s die jij gewoon was hun toe te snauwen. Ik daarentegen weiger vooralsnog te capituleren. Want de tennisbond heeft het behaagd mij ook in dit seizoen een zeventje (althans in het dubbelspel) toe te kennen. Dus in dit/ons milieu kan ik mij - denk ik - nog jááren handhaven. Al is het met een andere maat.

Groeten,

Gerard.

Nieuws overzicht