Hoi Kees

Hoi Kees,

Ik verkeer op dit moment in een ietwat nostalgische bui. Voldoende reden dus om jou een bericht te sturen. Zeg maar op eenzelfde manier als dienstplichtige Rijk de Gooyer ooit een brief schreef vanuit La Courtine naar zijn ‘beste ouders en lieve Ine’.
Die hang naar nostalgie dreef mij jááren terug al naar een zoektocht naar een oude vriend. Ik kon hem maar niet traceren, geen contact met hem krijgen. Niet via een ouderwets hulpmiddel als een telefoontje naar een medewerknemer. Ook niet via iets moderner zoekapparatuur als meneer Google. Tot ik twee weken terug plots een bericht in mijn mailbox ontving, dat deze persoon mij wél had gevonden. Laten we hem Herman noemen. Wel zo gemakkelijk, want in het echt heet hij ook zo.

Hij kwam op een bijzondere manier aan mijn mailadres, namelijk via het hockey. Een van mijn broers is al tijden scheidsrechter in die sport. Diens drang tot ‘bazigheid’, waar ik gelukkig niet mee ben behept, dreef hem buiten de lijnen tot het schrijven van een ingezonden brief in een hockeyblad of –site.  Dat als reactie op een artikel van een vriend van Herman, die een hockeyende zoon heeft.  Volg je het nog? Kortom waar een sport met zo’n stokkie al niet goed voor is.  
Tweeënveertig jaar geleden zagen en spraken Herman en ik elkaar voor het laatst. Best lang terug voor een koppel, dat drieëneenhalf jaar in Den Haag en Scheveningen  had samengewerkt en –gewoond. Samen veel liefde en weinig leed had gedeeld. Ik was inmiddels weer in het Utrechtse beland en deed ondermeer verwoede pogingen mij op de krant verdienstelijk te maken. Hij bleef in het Haagse in de jeugdzorg zijn arbeidsgeluk zoeken, tot zijn vriendin besloot elders in het land te gaan werken. Hij besloot haar te volgen, gaf zijn baan op en verruilde die voor een functie als huisman. En ging in Nijmegen wonen, waar hij vóór een zwerftocht door het ganse land al geboren en in zijn jeugdjaren getogen was.
En aangezien ik nog steeds mijn dagen slijt in Groesbeek, onder de rook van Neêrlands oudste stad - althans dat beweren ze hier in deze contreien - was een ontmoeting op een zonovergoten terras in Nijmegen pijlsnel geregeld.
Dat werd een langdurig lunchpartijtje, waarbij wij beiden veel te verhalen hadden. En dat vermoedelijk meerdere vervolgsessies gaat opleveren, inclusief een gezamenlijk bezoek aan nog een wederzijdse vroegere collega. Die is inmiddels teruggekeerd op het oude Limburgse nest. Binnenkort, op een mooie dag, zakken wij dus naar het zuiden af. En wellicht in de nabije toekomst ook wel naar verdere oorden. Immers, die twee vroegere collega’s hebben de gewoonte minimaal eenmaal per jaar met nog een kameraad een korte ‘herenvakantie’ te houden. Jij als erkend en geregeld ‘stapper-met-andere-heren’ begrijpt dat ik alles in het werk zal stellen mij in dat groepje in te vechten.
Nog iets wonderlijks waarvan ik jou en wellicht meelezers - je weet maar nooit - deelgenoot wil maken. Ik was zo gek om de Kieswijzer te raadplegen op welke partij ik op 20 maart in mijn provincie zou moeten stemmen voor de provinciale staten. Raar inderdaad of noem het heel bijzonder, want mijn keuze stond toch al vast. Maar goed, mijn top 3 van favoriete politieke partijen: op nummer 1: SGP. Ex-aequo op 2: Jezus Leeft en SP. De keuze van die laatste partij mocht dan de pijn enigszins verzachten, zoals ik mijn ‘vrienden’ op Facebook meedeelde, maar dat weerhield mij er niet van in arren moede te smeken of er ook een dokter in de zaal was… Die heeft zich (nog) niet gemeld. Wel werd mij van verschillende kanten beterschap en sterkte gewenst, op een toon alsof mijn einde in zicht was. En het voltallige thuisfront vroeg ze zich al bezorgd of ik de vragen wel begrépen had. Nou daar heb ik geen enkele twijfel over: de bovenkamer functioneert nog als vanouds. Dat betekent dus prima, zoals je vast en zeker vanuit ons gezamenlijk verleden zult beamen.
Ondertussen heb ik zelf natuurlijk ook naarstig gezocht naar mogelijke oorzaken,  maar ik kom er niet uit. Wie weet kun jij een helpende hand bieden, hoewel ik daar de nodige twijfels over heb. Gezien jouw eerdere goedbedoelde adviezen en oplossingen ben ik bang dat ik dan van de regen in de drup beland. Ik waag toch een poging, want de nood is redelijk hoog. Mijn voorkeur voor die christelijke partijen zal toch niet in verband staan met het feit, dat de Heilig Landstichting hier slechts luttele kilometers verwijderd is? Uitgesloten lijkt me: papen en refo’s verdragen elkaar niet. Dat werd mij al op jonge leeftijd ingepeperd. Speel niet met die streng-christelijke kinderen! Die zijn bijna net zo eng als heidens grut. En kom zeker niet over de vloer van hun ouderlijk huis. Zou het kunnen, dat veelvuldig wandelen langs en door de Kardinaal Gerardstraat in mijn woonplaats mijn geest enigszins heeft aangetast? Lijkt me wederom te rooms. Kardinaal Gerard? We hebben toch nooit in ons land zo’n type met die naam gehad? zul jij je wellicht afvragen. Hoeft niet Kees. Gerard van Groesbeek (1517-1580) is geboren in Kuringen, dat nu een deelgemeente is van Hasselt.  Hij was dus een Belg, die in die zestiende eeuw onder meer streed tegen onze Willem van Oranje. Bisschop Gerard  werd twee jaar voor zijn dood door paus Gregorius XIII zelfs tot kardinaal benoemd vanwege zijn grote verdiensten in de strijd tegen ketterij. Waarom ze hem in Groesbeek zo nodig moesten eren met een straatnaam, is mij overigens nog steeds een raadsel.
En derde mogelijkheid voor mijn opvallende voorkeur voor  SGP en Jezus Leeft werd mij afgelopen maandag aangereikt door Maaike Bos, tv-recensent van (het christelijke  dagblad) Trouw. In haar column over ‘Wie is de Mol’ sprak zij haar verwondering uit over het recordaantal van 3,5 miljoen tv-kijkers naar de finale van dit programma. En meldde ze tevens dat liefhebbers in 25 bioscopen in den lande tegen betaling van vijf euro op een groot scherm naar die finale konden kijken en tegelijkertijd met Mol-vlaggetjes mochten zwaaien. Maaike Bos besloot haar recensie met de zin: ‘voor het geval iemand onder een andere steen heeft geleefd en de finale vol mol-acties alsnog wil terugkijken: ik verklap ‘m niet.’
Terugkijken? Verklappen? Onder een andere steen? Zou dat laatste het zijn? Dan ben ik dus een van die andere ruim 13,5 miljoen Nederlanders, die niet heeft gekeken naar dit ‘spektakel’. Ik zal het je nog sterker vertellen. Ik heb in al die negentien jaar, dat dit programma op de vaderlandse buis is vertoond, nimmer één aflevering gezien. En dat wil ik  graag zo houden. Tot in eeuwigheid.

 

Groeten,

Gerard.

Nieuws overzicht