Goede Gerard

Goede Gerard

Je compenseert het uitblijven van mijn brieven met een brief van respectabele lengte over hoe ‘vroeger’ en ‘nu’ weer mooi samensmelten. De lengte is weliswaar respectabel, maar de waarde van de brief zit toch vooral in de inhoud. Je zult merken dat ik de kracht van deze uitspraak ga misbruiken om een kortere brief aan je (en onze lezertjes…) te schrijven.
Je doet me blozen door me ‘erkend stapper-met-andere-heren’ te noemen. Laat ik je uit die ervaring dan één besluit uit deze groep meegeven, dat is ingegeven door de gevorderde leeftijd waar deze groep, na en ondanks een bloemrijke levenswijze, is aangeland: we spreken vijf minuten over onze kwalen en vijf minuten over de belasting en daarna niet meer.
Voordeel is, dat iedereen zich gerechtigd voelt om zijn kwalen te noemen, alhoewel we aan die vijf minuten meestal ruimschoots tekort komen. En praten over de belastingen kan dan over hoofdpunten gaan, als ‘belastingen moesten verboden worden’, ‘zelfs dat kleine beetje pensioen dat ons rest, wordt nog belast’ en dergelijke.

Waarom verbaast mij de uitkomst van jouw kieswijzer-onderzoek nou niet? De degelijkheid (plaats 1), betrokkenheid en je sociale gevoel (ex-aequo 2 en 3) stralen er van af. Wat wil je nog meer? Nee, ik ga niet preken over Baudet, want dat zou me tot wellicht ongepast taalgebruik brengen; te weinig Latijn in mijn vooropleiding. En wat ben je wanhopig als je zo moet teruggrijpen op je jeugdtrauma’s: ‘papen en refo’s verdragen elkaar niet’ (hebben die papen die jonge jongetjes dan eerst communie laten doen alvorens ze te misbruiken?), ‘speel niet met streng-christelijke kinderen’. Speelden die laatsten dan in jouw jongenstijd? Denk aan Gerard Reve en diens ommezwaai van de communistische jongerenvereniging, via een ezel, naar het Rooms Katholicisme. Alles kan, als je maar vertrouwen hebt. ‘In wie?’ zeg je. In jezelf natuurlijk.
Dan  iets heel anders. Ik stuitte onlangs op een veel voorkomende verwevenheid van plaatsnamen en begrippen van dingen of situaties. Denk aan de Amsterdamse ui, zo Dom als in Utrecht (die kende je ongetwijfeld al), Zwolse blauwvingers, Maastrichter Star, Deventer koek en ga zo maar door. Is het nu echt zo dat Groesbeek de basis is voor ons woord groezelig? Het levert me in elk geval een zweem van herkenning op als ik de naam van kardinaal (!) Gerard van Groesbeek hoor. Help mij eens uit dat raadsel.
Inmiddels zijn we druk hier met pogingen om het Oorlogsmuseum van schaapherder Jelle tot wederopstanding te brengen. Hij moest het voormalige huis van zijn moeder ontruimen, het is verkocht, en heeft nog geen nieuwe behuizing. Er is een aantal kansen, maar ja, geld lukt misschien nog wel, maar vergunning om het museum een plaatsje te geven dichtbij waar het allemaal gebeurt, de Toegangspoort van het Holtingerveld, is niet gemakkelijk te verwerven. Nu kan hij vanaf 4 mei gedurende drie weken in de Lammerkooi te gast zijn en hopen we dat daaruit blijkt hoe dit museum past bij het omliggende gebied. Want het museum herbergt inderdaad een schat aan gegevens, maar je weet zelf hoe belangrijk het is om in de praktijk de bewijzen te zien. En dat kan op unieke wijze daar.
Dus kom eens kijken, er wordt niet naar je politieke voorkeur gevraagd, neem een oude vriend mee.

 

Hartelijke groet

kees

Nieuws overzicht