Hoi Kees

Hoi Kees,

Aan jouw verzoek aan mij, in je vorige brief, je honger naar meer kennis over de Groesbeekse kardinaal Gerard te stillen kan ik helaas niet voldoen. Ik heb niet meer belangwekkende dan wel triviale gegevens kunnen achterhalen over dit heiligboontje, die destijds met dezelfde voornaam als de mijne werd aangesproken. Wel weet ik dat - met de kennis van nu (om maar een huidige populaire dooddoener te gebruiken) - de man heden minstens als anti-democraat zou worden getypeerd.
Genoeg over deze zaak. Tijd voor andere ervaringen, die ik met je wil delen. Ik werd dezer dagen minimaal tweemaal warm van binnen.
De eerste keer, toen een man uit onze woonbuurt mijn tijdelijk bij ons logerende 40-jarige dochter aansprak. Zij wandelde met een van haar twee honden in een park om de hoek. Mijn dochter en ik laten enkele keren per dag veelal samen de honden uit. Die man zei tegen haar de wat mij betreft redelijk onvergetelijke volzin: ,,Een leuk gezicht, hè! Ik zie jou vaak hierlangs komen...met je man.”

Kijk, Kees dat maakt mij als zeventiger nou blij, inderdaad als een kind. Die buurman is niet blind, zelfs niet ziende. En hij is eveneens van oorsprong geen Groesbeker, zeg ik erbij. Dus van enige vorm van aangeboren domheid kan hij niet worden beticht. Dan blijven er twee mogelijkheden over: óf ik oog uitermate jong. Óf ik heb zoveel charmes, dat ik ooit een jong ding - uit de achterban (met dank aan drs. Mallebroodje/Remco Campert) - aan de haak heb geslagen. In beide gevallen voel ik mij uitermate gestreeld.
De tweede keer dat ik me heel lekker voelde, was aan het slot van de promotie van Ad van Liempt. Hij promoveerde 9 mei aan de Rijksuniversiteit Groningen op zijn boek over Gemmeker, commandant van Kamp Westerbork, tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ad van Liempt is bekend als journalist, tv-programmamaker, bedenker en eindredacteur van het tv-programma Andere Tijden, chef van Studio Sport, eindredacteur van NOS Laat en NOVA, schrijver van boeken als De Oorlog, Na de Bevrijding, Aan de Maliebaan, Kopgeld, Een Mooi Woord Voor Oorlog en - zeker zo belangrijk - een boek over het landskampioenschap van de voetballers van D.O.S. in 1958.
De honderden aanwezigen in Groningen, waartoe ik ook behoorde, beloonden de promovendus minutenlang met een donderend applaus. Zij deden daarmee hetzelfde als schrijver Geert Mak. Mak had in een brief in het Amsterdamse dagblad Het Parool geschreven, dat hij zijn handen voor Van Liempt stuk zou klappen na diens promotie tot doctor. Een steun in de rug voor de journalist en historicus, die kort ervoor uitermate onheus (om het heel netjes te zeggen) was neergezet in Het Parool. Die brief stuurde Mak naar de krant, nadat oud-journalist Frits Barend in een ingekomen stuk Van Liempt had afgebrand als een persoon, die in de loop der jaren pronkte met andermans veren. Voor dat ingezonden stuk had hij ook nog enkele vrinden en familie opgetrommeld, die zijn verhaal wel wilden mede-ondertekenen. Barend dacht Van Liempts slechtheid aan te tonen met acht kwaadaardige voorbeelden uit diens journalistieke verleden. Dat schrijfsel had hij ook al willen slijten aan de NRC en de Volkskrant. Maar de betrokken redacteuren bij die landelijke kwaliteitskranten hadden in tegenstelling tot hun collega’s van Het Parool wel door waar Barend mee bezig was: een ouderwetse hetze. In vakkringen en ver daarbuiten ook als vendetta en regelrechte karaktermoord betiteld.
De Paroolredactie had alvorens tot publicatie te besluiten er beter aangedaan eerst te rade te gaan bij kenners van deze materie zoals wetenschapsjournalist Frank van Kolfschooten. Die tackelde Barends acht vermeende kwaadaardigheden vakkundig puntsgewijs. En concludeerde onder het motto ‘De flauwekulhetze tegen Ad van Liempt’ dat er van Barends beschuldigingen niets tot nauwelijks iets overbleef.
Er waren meer steunbetuigingen, zoals die van Peter Gerritse, met 55 jaar werkervaring door de wol geverfd in de vaderlandse journalistiek: ,,Deze boosaardige rel doet mij denken aan de slechtste tijden bij Vrij Nederland, toen redactieleden elkaar voor rotte vis uitmaakten en de tent uit vochten. Wat we ruiken is het Amsterdamse ruzie-riool.’’
Ik heb me afgevraagd af wat Barends drijfveren kunnen zijn voor deze beschadigingsactie. Je stem weer eens laten horen, als je je niet al jarenlang niet meer kunt wentelen in de aandacht van het grote tv-publiek? En je je net als die vele eencelligen van Twitter als ideale uitlaatklep bedient? Zijn het diens trauma’s? Is het rancune? Of gewoon doodordinair jalousie de métier? Een mengeling van die mogelijkheden? Een optelsom? Barend en complotdenken: geen vreemde combinatie. 
Wellicht is het simpelweg beter, in elk geval verstandiger, dat ik me dat niet meer moet afvragen en het warme gevoel van dat klaterende applaus moet blijven koesteren.
Dat laatste lijkt me inderdaad wel het beste. Zeker in de wetenschap dat het succes van die promotie plaatsvond daags na de uitschakeling van Ajax in de Champions League. Om meteen maar hardhandig in de grote (soms boze) wereld terug te keren.

Groeten,

Gerard.

 

Nieuws overzicht