Goede Gerard

Goede Gerard,

Wat jammer nou, dat je niets meer weet te vertellen over jouw naamgenoot in de katholieke clerus, die in Groesbeek ongetwijfeld heeft huisgehouden. Huishouden moest hij als, naar ik vermoed, fanatiek celibatair wel. In dat verband moet ik denken aan een verhaal dat in mijn geboortestreek de ronde deed. Bij een regulier bezoek van de burgervader bij de plaatselijke pastoor, de jenever moet toch ook niet te lang blijven liggen, steekt de huishoudster het hoofd om de deur, wijst naar de trap en zegt tegen de kerkdienaar: “Ik ga vast, meneer pastoor”.
Wat mij betreft is een dergelijke verhouding in elk geval natuurlijker dan de escapades met jonge jongetjes, waarvan we nogal eens de onsmakelijke details krijgen voorgeschoteld.
Je beschrijft twee ervaringen die je -ik citeer- ‘warm van binnen’ hebben gemaakt. In het eerste geval voel je je gevleid als een niet-Groesbeker tegen je dochter zegt dat hij denkt dat jij haar man bent. Je trekt dat onmiddellijk naar je eigen positie, maar denkt blijkbaar niet aan de mogelijkheid, dat deze zelfde niet-Groesbeker je dochter aanmerkelijk ouder inschat dan ze in werkelijkheid is. Je overweegt zelfs dat je zoveel charmes zou hebben, dat je een jong ding aan de haak geslagen hebt. Het wordt tijd, dat je weer deze kant op komt, waar nuchtere Drenten en in-Drenthe-wonende-westerlingen je met de benen op de grond zullen krijgen.
Maar goed, je beschrijft nog een tweede gebeurtenis waarvan je lichaamstemperatuur opflakkerde. Een verhaal over kinnesinne en jaloezie, karaktermoord en het Amsterdamse ruzie-riool. Realiseer je je, dat je praat over je eigen beroepsgroep en de onderlinge sfeer die daar blijkbaar heerst? Gelukkig heb je nog wel een moment geselecteerd, waarin je vanwege een gezamenlijk gevoelde en geuite waardering die verwarming hebt ervaren. Maar je toont je een ras-journalist door in je brief eerst suggesties te voorzien van vraagtekens terwijl je eigenlijk uitroeptekens bedoelt, en vervolgens af te sluiten met de opmerking, dat Barend en complotdenken bij elkaar horen.

Nou zo kan-ie wel weer. Ik wil zeker niet alle warmtegevoelens uit jou lichaam en geest verdrijven, zo ik dat al zou kunnen. Nu ook de buitentemperatuur langzaam in de richting gaat van zomerse waarden, is het belangrijk dat je als mens van binnen mee stijgt. Anders wordt het contrast tussen binnen en buiten te groot.
Opmerkelijk hoe het succes van Ajax ons Nederlanders samen brengt in gejuich bij de buis. Ik begreep dat zelfs verstokte Utrecht-fanaten, toch niet de oer-fans van Ajax, enthousiast waren over de resultaten in de Champions League. En dat, terwijl Ajax in die periode feitelijk helemaal geen Champion was (hield ik me als Eindhovenaar en dus aanhanger van PSV voor). Nou, dat hebben ze inmiddels dus ook goed gemaakt, en naar mijn smaak terecht (al valt het niet mee dat te beweren). Een vorm van voetballen die mij de laatste tijd ook bevalt is, die van de kleine beginnende jeugd. Als een vlucht spreeuwen zwermen ze van voor naar achteren en van links naar rechts over het veld. Ze schoppen wat in het rond en af en toe maken ze zelfs een doelpunt. En dan zie je dat ze ook wat opsteken van de profs, die ze waarschijnlijk op tv wel eens zien: het juichen en de getoonde feestvreugde na dat doelpunt.
Ach, en zijn wij ouderen (ja, jij ook) zoveel anders? Ballen wij niet af en toe een vuist zoals Nadal dat doet, na die afzwaaier die per ongeluk net op de baseline valt? Je hebt gelijk: ook ik voorzie suggesties van een vraagteken, terwijl ik een uitroepteken bedoel. Doet dat dan toch niet alleen maar de ras-journalist? 

hartelijke groet

kees

Nieuws overzicht