Tot de volgende keer

,,Tot de volgende keer.’’ Dat zei een van mijn neven kortgeleden bij de afscheidsbijeenkomst van een tante, die de gezegende leeftijd van 89 jaar had bereikt. Die neef, een van mijn leeftijdsgenoten, zie ik bijna nooit. Wij ontmoeten elkaar enkel bij begrafenissen en crematies van familieleden. En dat zijn er heel veel geweest, want mijn vader was er een van twaalf kinderen. En allen waren getrouwd, dus tel maar uit. Inderdaad, 24. Die tante was de een na laatste levende van al die Veerkampen en aangetrouwden. Dus de volgende keer zal de allerlaatste zijn, als mijn vaders jongste zus  het leven laat. En waarschijnlijk zal een van ons tweeën - mijn neef of ik - de ander vergezellen op diens laatste tocht op deze aardbodem. 

Voor jou zal er geen volgende keer zijn om je broer Ton te ontmoeten, nu hij begin juli is doodgegaan. Dat weet ik omdat ik als abonnee van de Volkskrant op de familieberichtenpagina zijn afscheidsbrief las. Daarin schreef Ton onder meer, dat hij genoten had van een rijk gevuld en afwisselend leven. Maar dat zijn uiterste houdbaarheidsdatum nu toch was verstreken. Ik vind dat jouw broer een bijzondere, maar prettige, manier heeft gevonden om naast zijn geliefden de ganse wereld mede te delen dat hij het iedereen gunt straks ook rustig en tevreden te sterven. Dat deed hij op een (eigen)wijze manier, met zijn eigen tekst. Of, om Wim Sonnevelds liedtekst te parafraseren: ‘Hij kon het schrijven niet laten’.

Ik ken jouw broer niet, heb hem ooit één keer ontmoet tijdens een feestelijke bijeenkomst, die jou door je familieleden werd aangeboden, ik meen omdat jij 65 werd. Zijn gezicht kan ik me zelfs niet meer voor de geest halen, maar ik heb sterk de indruk dat jij in allerlei opzichten veel op hem lijkt. Ik denk zelfs te weten, dat zo’n soort afscheidsmededeling -

niet per e-mail, maar ouderwets geschreven of gedrukt - jou ook heel wel zou passen. Of ik moet mij sterk vergissen, hetgeen ook niet helemaal moet worden uitgesloten.

Trouwens, jouw broer en ik delen een stukje verleden. Dat ligt in de tijdschriftensector. Ton Vingerhoets stond in 1981 als redacteur aan de basis van het blad Himalaya Magazine, dat hij toen maakte samen met Cas de Stoppelaar, nu honorair consul generaal van Nepal, en Barend Toet, oud-hoofdredacteur van de Hitkrant en Muziekkrant Oor. Ton stapte daarna vrij snel uit die redactie om zich op andere schrijfprojecten te storten. Ik ben gedurende vijf jaar (eind)redacteur van dat blad geweest, totdat het eind 2010 ter ziele ging. De grootste sponsor - Vereniging Nederland-Nepal - zag door het dalend ledenaantal geen kans meer de uitgave van Himalaya Magazine voor haar rekening te nemen. Ton maakte de geboorte van het blad mee, ik de dood. Zo is het leven, nietwaar?

Wat HTC betreft: zal er nog een volgende keer komen, dat wij samen zegevierend een tennispark verlaten? De voortekenen zijn niet gunstig: ons gezamenlijk optreden tijdens het winterkoninkjegebeuren en de voorjaarscompetitie leverde in elk geval geen winst op. We hebben  - om in jouw broers woorden te spreken - ongetwijfeld wel op gravel-, kunstgras-, beton- en ProVisionbanen onze sporen verdiend. Of we daar ook best trots op   mogen zijn, is de vraag.

In elk geval heb ik me reeds bij het jaarlijkse toernooi voor de volgende teleurstelling ingedekt in Ruinerwold, waar wij in de afgelopen jaren toch menig zweetdruppeltje hebben achtergelaten. Bloed en tranen kwamen er overigens nooit aan te pas, dat laten we aan andere artiesten over. Ik heb, moet ik helaas bekennen, zonder jouw medeweten aan club- en teamgenoot Hans Oostveen gevraagd eind augustus daar samen een koppel te vormen. En hij heeft ja gezegd. Mijn verzoek: wees hierom niet al te verdrietig. En, ik durf het bijna niet te vragen: zou jij dan in Ruinerwold ons een beetje kunnen aanmoedigen? Dan kunnen we tevens harde afspraken maken voor een volgende gezamenlijk optreden.

PS Voordat ik deze brief naar de webmaster van HTC stuur, zal ik ‘m jou eerst laten lezen.

Groeten,

Gerard.

Hoi Kees, dag Gerard overzicht