Goede Gerard

Goede Gerard

Je snapt, dat ik het helemaal voor me zie: rijen toeristen die allemaal staan te wachten tot jij de verrekijker scherp hebt gesteld en ze even een afgemeten moment er doorheen mogen kijken. Filmpje er in van Griend waarin wellicht wat vogels in beeld verschijnen en verdwijnen, hier of daar duikt een zeehond of een bruinvis op en spoelt er een fles met een onleesbaar briefje aan. Ze kwijlen er bijna van, de Oerolbezoekers. Dit is wat ze zoeken die week: theater.

Het valt ze niet op, dat ze in hun laarzen staan te soppen van de regen en dat op het zelfde ogenblik op het filmpje Griend baadt in het zonlicht. Het geschreeuw van de meeuwen loopt niet synchroon met de open en dicht gaande bekken van de zeehonden en het geluid van de golven duidt meer op windkracht 8 dan op het zoete gekabbel in beeld. Dat is het nou waar ze voor vrij hebben genomen die week: theater.

Aan het eind van de dag droog je de matglazen lenzen van de ‘verrekijker’ af en haal je de computer, waarmee je de beelden hebt getoond, uit z’n behuizing. Je kijkt schichtig om je heen of je daarmee niet wordt betrapt door langsfietsende bezoekers. Maar nee, het weer is te beroerd om nog langs te fietsen. Ze zitten allemaal in hun B&B of in hun veel te kleine tentje te balen. Je kunt dus naar jouw eigen onderkomen, waarbij het woord ‘onder’ meer de waarheid weergeeft dan het woord ‘komen’. Je belt naar huis hoe fijn je het hebt, want ook dan is het toch de week van het theater.

Och Oerol is voor jou zo’n duidelijke smoes om niet mee te hoeven doen aan het Open Toernooi in het mooie Havelte. Want hoe schrijnend is het om je vast partner, je ouwe maat op wie je altijd kon vertrouwen, te moeten missen. Dan liever als een soort banneling naar Terschelling om in de stromende regen je stukje op te voeren: man met verrekijker, jouw theater.

Als je dan vroeg je slaapzak in bent gerold, wat moet je buiten anders nog dan in je eentje drijfnat te laten regenen, dan komen de traantjes. Je grient, het eiland Griend, passender kan het haast niet. Zo alleen in het donker met zwiepende wind en dikke druppels op en een beetje door het tentdoek is er geen ruimte voor theater. Dan is alles echt, er volgt geen applaus en zelfs het doek valt niet. Het enige dat nog aan theater doet denken is de diepe buiging die je moet maken als je ’s nachts de tent uit moet om te plassen.

Je droomt, dat hoort bij theater. Je droomt van de tijd toen je nog kind was en je op zaterdagmiddag bij een buurjongen, waar ze wèl Televisie hadden, met zo’n twaalf kinderen naar een heel klein zwart-wit schermpje zat te kijken. Dat was educatief verantwoord, want de wereld werd in die 50-er jaren-kamer binnen getoverd via het programma De Verrekijker. De wereld als schouwtoneel, om de betiteling van Vondel voor theater te gebruiken. Zoals jij die volgende dag weer Griend als schouwtoneel mag vertonen. Met jouw eigen verrekijker.

Wees niet bang, die bezoekers blijven wel komen. En als je om de dag een ander filmpje in je verrekijker zet, blijven ze enthousiast en toegewijd. Want zeker als je het pas met een verrekijker kunt waarnemen is het milieu (hadden we het daar al niet eerder over?) een belangrijk onderwerp, dat hoge prioriteit moet worden toegekend. Maar als het aanraakbaar is, blijkt die toewijding gewoon theater.

Veel plezier en hartelijke groet

Kees

Nieuws overzicht